Bij Aliexpress thuis

Voor mijn werk mocht ik een bezoek brengen aan o.a. Hong Kong. Op één maart jl. vertrok ik naar deze stad die inmiddels (weer) onderdeel is van de volksrepubliek China. Niet eerder had ik de stap gewaagd naar Azië; ik was dan ook reuze benieuwd wat ik aan zou treffen. Mijn zoon had wel een idee hoe het er daar uit zou zien. ‘Je gaat eigenlijk naar het land van Aliexpress, mam’. Haha, zo had ik het nog niet bekeken.

Na een vlucht van 11,5 uur kom ik aan in Hong Kong. Met een taxi word ik naar het centrale gedeelte van de stad gebracht. Onderweg kijk ik mijn ogen uit naar de flatgebouwen die overal opdoemen. Als je dacht dat New York veel wolkenkrabbers heeft dan heb je HK nog niet gezien. Ik begrijp dat er wel 3000 mensen wonen in één zo’n flat. Dat moet ook wel als je bedenkt dat HK zo’n zeven miljoen inwoners heeft. Tel daarbij nog eens die miljoenen forenzen op die dagelijks HK bezoeken om te werken of anderzijds een hobby te bedrijven.

Het gemiddelde woonoppervlak in HK bedraagt 11 m2 en daar wonen 2.8 mensen in. Bizar toch, dat is de oppervlakte van mijn badkamer. Veelal is er in die schoendozen geen ruimte voor een fornuis; daarom eten ze allemaal buiten de deur. Het eten daar is functioneel. Je sluit aan in een rij die buiten al begint, gaat aan tafel, bestelt je dimsum of ander gerecht, eet het op, rekent af en een ieder gaat weer zijns weg. Simpel toch? Gezelligheid zoek je maar elders.

Ik heb me nog zo veilig gevoeld als daar. Waarschijnlijk worden alle obscure types achter slot en grendel gezet voor ze ook maar een misstap kunnen maken.

De metro is een belevenis op zich. Het is een goed geoliede machine. Iedereen begrijpt wat er van hem/haar verwacht wordt. Als je wacht op een metro sta je keurig schuin links of rechts van de ingang. De mensen krijgen ruim baan om uit te stappen en niemand die voordringt of hardop moppert. Geruisloos verdwijnen we in de coupé en als het niet lukt komen er professionele duwers die het restantje mensen in de coupé propt. Ook hier zeurt daar niemand over zo van , ‘Ja, hij duwde mij en zat aan mijn borsten’, niets van dat. Tijdens de reis geniet ik dat ik voor het eerst verder kan kijken dan de rug van mijn buurman, de meeste mensen zijn kleiner dan ik ben. Als ik op de plaats van bestemming wil komen, verloopt dat ook gladjes. We stappen uit en lopen als makke lammetjes naar de roltrappen. Uit het niets verschijnt een trechter die ons langzaam in de juiste richting giet.

Er lopen nog steeds veel mensen met een mondkapjes en dat blijft een vreemd gezicht. Het verhaal erachter is niet zo vreemd. Sinds de uitbraak van Sars in 2003 willen mensen zich beschermen tegen ziektekiemen van buitenaf. Ik had een zakelijk gesprek met iemand die een kapje droeg dat was blijft toch een beetje vreemd.

Alle Chinezen lijken op elkaar? Nee, niet echt. Ik zag duidelijk verschillen.

Als ik op de één na laatste avond Temple market bezoek moet ik denken aan de woorden van zoonlief. Het lijkt inderdaad net of je Aliexpress zelf bezoekt. Rijen lang met marktkramen waar de merkartikelen te kust en te keur woorden aangeboden. Samen met M, mijn Nederlandse contactpersoon, proberen we hier en daar een bod te doen op een uitgestald product. Ze willen graag dat je biedt dan kan het spel beginnen. Ik hoor M iedere keer zeggen ‘la’ en de Chineze verkoper roept ook ‘la’ terug. Bij een tas die ik best graag wil hebben zijn de ‘la’s’ niet van de lucht. Ik vermoed dat het lager betekent maar dat is raar want dat zegt de verkopende partij ook. Misschien betekent het wel, laat maar. Ondertussen zijn er zoveel la’s gepasseerd dat we er een lied van kunnen maken. Uiteindelijk heb ik de tas bij Aliexpress bemachtigd en krijg ik zelf ook lol in het ‘la-spel’. Toch is het oppassen geblazen dat je niet teveel van Alie mee naar huis neemt; het is natuurlijk tweederangs nepgarnituur. Ik ga met een bescheiden buit naar mijn hotelkamer.

Tussen het werken door heb ik veel rondgelopen in deze prachtige stad waar het Oosten echt het Westen ontmoet. Ik heb er heerlijk gegeten en vermoed dat een Chinees mij heeft gefilmd toen ik dapper een stuk kip met stokjes naar binnen heb getracht te werken. Misschien is die wel viraal gegaan in Hong Kong.

Mijn poging om Chinees te spreken is ook niet onopgemerkt gebleven. Omdat er overwegend Kantonees wordt gesproken moest ik mijn Mandarijnse dankjewel: Xièxiè snel omwisselen voor het Kantonese: hmmmm coy (uiteraard geheel fonetisch). Het is de bedoeling dat je hmmmm een beetje inslikt en die koy eruit stoot als ware het een koy karper. Ik heb mijn best gedaan maar of men begrepen heeft wat ik wilde zeggen? Ik denk het niet.

Was het echt het land van Aliexpress? Ja en nee. Ja, je kunt alle merken van de wereld hier kopen zowel het origineel als de nep-variant. De stad heeft wel meer te bieden dan een rij met marktkramen. Het is een smeltkroes van hip en traditioneel. De cultuur is onuitputtelijk en de mensen vriendelijk en gastvrij. Als vrouw alleen heb ik me zeer veilig gevoeld. De temperatuur was ook nog eens aangenaam. Een plek die bruist 24/7.

Veel liefs,

Chantal

Volgende
Vorige