Gerimpeld kleibint

Eindelijk was het dan zover: ik mocht mijn opwachting doen in Koffietijd. Hier had ik jaren naar uitgekeken; vooruit eigenlijk naar RTL late night maar ik kan niet alles hebben. Op die dinsdag moest ik mij om half negen melden in een villa nabij Hilversum. Gelukkig had ik die dag ervoor nog tips gekregen over wat ik aan moest doen. Mijn tas was dan ook goed gevuld met reserve-setjes kleding. Die zouden ervoor zorgen dat ik geen kilo zwaarder zou lijken dan ik ben of in het meest positieve geval, mij zelfs slanker zouden maken. Loretta en Vivian, here I come. Ik werd na aankomst en een kop koffie meegenomen naar de visagie ruimte. Daar stond Joan, de visagiste klaar om mij nog mooier te maken. Ze keek naar mij en zei, ‘Je hebt bijna geen rimpels’. Ik voelde me gevleid. Ze ging verder,’ Dat komt natuurlijk omdat je een paar kilo’s zwaarder bent.’ Dus, de toon was gezet. Ze had zelf ook niet echt liggen woelen in de fontein van de jeugd. Dat heb ik maar niet hardop gezegd. Met minimaal vijf lagen foundation op mijn snoet mocht ik plaats nemen achter de tafel. Mijn tafel- en lotgenoot L ging rechts van mij zitten. De camera’s stonden ook op rechts en recht voor ons. Er werd niets aan het toeval overgelaten. Er was ons wel van tevoren geadviseerd om je handen voor je houden want anders zouden we de microfoon blokkeren en helemaal niet meer uit onze woorden komen. Ik had mijn zwarte jurk met okergele jas aan; wat kon mij nog gebeuren. Zenuwachtig ? Nee, ik had...

Het is toch mijn moeder

Mijn moeder (82) heeft een hersenbloeding gehad, een stevige, aldus de artsen. Ik boter de laatste jaren slecht met mijn moeder. Ik: boos, gefrustreerd en koppig. Zij: een product van haar generatie en opvoeding. Toch haastte ik mij naar het ziekenhuis. ‘Het is toch je moeder’. Voorheen haatte ik het als mensen dit voor mijn voeten gooide. Wat wisten zij van mijn voorgeschiedenis? Juist. Niets. Maar misschien zou mijn geschiedenis met haar nu stoppen en dat wilde ik niet geruisloos voorbij laten gaan. Eenmaal in het ziekenhuis aan haar bed vallen alle redenen van “waarom niet” weg. Ik zie haar handen; het zijn de mijne. Ik zie haar haren, het worden de mijne. Het is toch mijn moeder. De hersenbloeding die haar rechter-hersenhelft trof, heeft voor een volledige verlamming aan de linkerkant van haar lichaam gezorgd. Niets doet het daar meer. Haar spraak is net als haar vermogen tot slikken zeer moeizaam. Het raakt me in de kern om haar zo te zien. Ik omhels haar en vergeef haar en mijzelf voor alle niet uitgekomen verwachtingen. Niet veel later wordt ons gevraagd om afscheid te nemen van haar omdat de artsen verwachten dat ze het weekend niet zal halen. Al haar levensverlengende lijnen worden stopgezet en bij complicaties wordt er niet meer gereanimeerd. Vier dagen later is mijn moeder er nog steeds en wil ze eten. Wat een mindfuck is dit. Eerst verwacht je haar begrafenis op dit tijdstip te plannen en zo praat je met de arts over een overplaatsing naar een verpleeg-tehuis. Samen met mijn broer verwerken we dit bizarre nieuws. Niet dat we niet blij zijn...

Laat het los, part two

Weten jullie het nog? Dat dochterlief haar telefoon was kwijtgeraakt in de kantine van haar bijbaantje als vakkenvuller? Ja, dan gaan we verder met het vervolg. Als je antwoord nee is, lees dan het stuk hiervoor. S stelde zich zeer volwassen op tijdens het wachten op haar nieuwe telefoon. Sterker nog, ze leek iets te relaxed zonder haar smartphone. ‘Weet je mam, zonder die telefoon ga ik toch sneller in een boek lezen (zo’n meid willen jullie ook wel hè). Het is echt heel chill, behalve op school. Zonder de Magisterapp weet ik niet of er een les uitvalt (even hè, weten jullie hoeveel lessen er tegenwoordig uitvallen? Nou, heel veel. Dat was vroeger wel anders. Die leraren van toen waren pas bikkels. Griep, kenden ze toen niet) of naar welk lokaal ik moet.’ Ik moest even wennen aan deze rustige puber. Ze viel zelfs makkelijker in slaap. Ik hoopte dat die telefoon een flinke vertraging zou oplopen. Helaas kwam de telefoon sneller dan het geluid en verdween haar hoofd weer naar het scherm van de nieuwe smartphone. Toen kwam dé dag dat ze weer mocht werken.Voordat ze vertrok heb ik haar nogmaals op het hart gedrukt dat die telefoon, of in een kluisje ging, of in haar werkkleding maar niet meer in haar jaszak. “Jááá mam, duh, ik ben niet gek’. ‘Oh ja’, riep ik haar nog na, ‘niet te laat thuis hè. Morgen heb je weer school.’ Ze werkt namelijk ook nog eens graag over want die vakken vullen zich niet vanzelf. Toen ze er om half elf nog niet was, besloot ik haar te appen met...

Laat het los!

Steeds vaker zitten manlief en ik samen aan de dis. De kinderen hebben het maar druk met voetballen, werken en andere uithuizige activiteiten. Het sluipt erin. Eerst eet er nog een puber mee en dan geen een meer. Dit is allemaal onderdeel van het grote loslaten en dan is het niet mee-eten  nog een eitje. Als iemand tien jaar geleden tegen mij zei, ‘Kleine kinderen, kleine problemen. Grote kinderen, grote problemen’, dacht ik altijd, wat een onzin. Weet je wel hoe zwaar het is met een twee- en vierjarige, schreeuwde ik ze dan inwendig na. Nou, daar kom ik nu wel rap van terug. Het cliché is helemaal waar. Dochterlief kwam thuis met de mededeling dat ze haar mobiele telefoon kwijt was. Ze had hem nog op haar werk bij de supermarkt (AH) en toen was ie foetsie. Ze had samen met haar collega’s gezocht maar tevergeefs. André is een man die op alles is voorbereid en had een, vind mijn niet zo hele dure telefoon tracker geïnstalleerd zodat hij (de telefoon) altijd te traceren is. Tenminste, als de 4G aanstaat. Dit had S tijdelijk uit gezet. Er viel dus niets te tracken. Samen met S heb ik een heel gesprek gevoerd over hoe de telefoon was verdwenen. Ze vertelde dat ze geen kluisje of andere veilige opbergplek heeft en de smartphone in haar jaszak had opgeborgen, dat wist ze zeker. Toen ze naar huis wilde gaan was ie verdwenen. Na de zoektocht had ze gevraagd of ze haar op de hoogte wilde brengen als de telefoon toch boven water zou komen. Na een goede nachtrust en geen bericht...

Met de kinderen gaat het goed, part two

Het gaat best goed met de kinderen. Ze zullen niet helemaal onbezonnen hun jeugd doorbrengen maar ze overleven het wel en ik hopelijk ook. Dit schreef ik op een juni 2014. Ik vertelde op mijn blog (Toughdutchcookie) hoe mijn kinderen dealde met mijn borstkanker. Onlangs werd ik geïnterviewd voor een artikel over kanker en ouderschap. De interviewster vroeg hoe ik dat had ervaren en gedaan; kinderen opvoeden als je ziek bent? Ernstig ziek zijn en kinderen opvoeden is geen picknick. Ik moest, ondanks de vele medicijnen, helder blijven en heel goed nadenken wat ik zei tegen mijn kroost. Bart was destijds tien en Sofie (ja, ik ben klaar met de initialen) twaalf jaar. Sofie stapte net de pubertijd in en vond het dan ook moeilijk om ruimte te scheppen voor mij. Ik begreep dat heel goed en wonder boven wonder kon ik het, of beter gezegd haar, goed velen. Na mijn eerste chemo lag ik op bed. Sofie kwam binnen en vroeg wat ik van haar kledingkeuze vond. Ik was misselijk en beroerd van de behandeling. Wat ik wilde zeggen was: ‘Ik voel me kut’. Gelukkig zei ik: ‘Je ziet er geweldig uit’. Na mijn antwoord stampte ze de kamer uit al mompelend dat ze echt wat anders aan ging trekken. Hoe rot ik mij ook voelde, ik was tevreden dat ik mij als moeder had opgesteld. Zo heb ik mijn volledige ziektejaar ook verder gedragen. Altijd geprobeerd om mijn ziekte te scheiden van de opvoeding. Natuurlijk ben ik niet heilig en heb ik weleens de kankerkaart gespeeld. Dat ze daar na de eerste keer niet meer intrapten zegt...

Wandelende pinautomaat

Sinds kort word ik gesponsord door de ING. Op mijn rug is een pinautomaat geïnstalleerd zodat mijn kinderen altijd toegang hebben tot geld. Want dat geld hebben ze hard nodig en veel-vooral veel. De ING aarzelde uiteraard geen moment en had in een vloek en een zucht die automaat geplaatst alleen jammer dat ie niet wordt bijgevuld als hij leeg is. Vroeger, toen de pubers nog mollige mootjes waren met engelenhaar kleedde ik ze uit. Tegenwoordig kleden zij mij uit. Er gaat geen dag voorbij of ze hebben cash nodig. ‘Mam, ik heb even wat schoolspullen besteld. Wil jij het virtuele winkelmandje afrekenen?’, vraagt zoonlief. Tuurlijk hoor, ik reken het wel af. ‘Euh, mam, die voetbalschoenen die we pas hebben gekocht zijn misschien toch nog net iets te groot!’ ‘Je had ze toch gepast?’, vraag ik lichtelijk geïrriteerd. ‘Nee, maar ik dacht, ik pas ze vast wel. Kun je wel nieuwe bestellen want ik moet natuurlijk wel een straffe pass kunnen maken.’ Zucht. ‘Mam’, we gaan trampoline springen. Kun je even € 20,- euro overmaken?’ ‘Máááám, jij betaalt toch mijn nieuwe winterjas? Ik heb er een gezien en als ik het nu niet bestel is de jas straks weg!’ ‘Ik heb echt een nieuwe passer nodig. Oh ja, en een geo driehoek.’ Zucht. Ik heb net mijn zuur verdiende muntjes al zien vertrekken naar de kas van de sportvereniging, de gitaarleraar en de atelierdame. ‘Máááám, mijn vriend krijgt het ook gewoon van zijn ouders’, roept dé puber als ik voorstel dat hij zelf de trampoline lol betaald. ‘De mussen vallen buiten nog van het dak, je wacht maar even...

Vijf verschillende type studenten

Elke week schrijf ik een stuk over de actualiteit in Delft bij het platform In de buurt Delft. Deze keer heb ik vijf verschillende studenten eens goed geobserveerd en dit is het resultaat. Of die student nu in Delft, Groningen, Enschede, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht etc. Zondag barst de OWee in Delft weer los. Traditiegetrouw worden tijdens deze week verse studenten klaargestoomd voor alles wat het studentenleven te bieden heeft. Een student hoort bij Delft als mosterd bij een bitterbal. Chantal Deen heeft ze eens goed bestudeerd*, en volgens haar zijn er zo’n vijf veel-voorkomende typjes te onderscheiden: *) Disclaimer: dit grondige onderzoek is geenszins van wetenschappelijke of socio-demografische aard. Het gaat hier om de ludieke doch kritische blik van een Delftse. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd en wij stellen ons niet aansprakelijk voor eventuele onvrede over dit hokjessysteem. De corpsbal Deze student is makkelijk te spotten, hij (ik ga even uit van de mannelijke variant, de vrouwen krijgen een eigen hokje) gaat gekleed in een rode broek en blauw colbertje. Hij praat alsof een aardappel overdwars in zijn strottenhoofd is blijven steken. Ik voel altijd de neiging om deze rakker even stevig op zijn rug te kloppen zodat die homp zetmeel eruit kan. Naast het bekakte gebral is hij ook aanstellerig en luid vooral heel luid. Zeker met een bakkie op gaat de volumeknop van hun stembanden op elf. Als ik langs hun honk op de Phoenixstraat loop, zie ik ze regelmatig joelend bierkratten sjouwen naar het bordes. Daar wordt het bierdopje vakkundig eraf gewipt met een te gekke flesopener en kan het feest beginnen, gast!  ...

Een corrigerende tik

Afgelopen zondag zat ik op het strand met vrienden het leven te vieren. Het was een uur of zes dus de meeste zonaanbidders waren al naar huis. Niet ver van ons was een gezin uit Duitsland hun spullen aan het inpakken. We telden vier kinderen en een vati und mutti. Terwijl ik tuurde naar het water zag ik de hand van vati omhoog komen en de jongste (van de kinderen) een enorme klap in het gezicht geven. Met vlakke hand, welteverstaan. Die vlakke hand is de moeder der klappen. Dat weet ik, helaas uit ervaring. Wat doe je dan? Ga je die vati vertellen dat hij een ongelofelijke pisvlek is omdat hij zijn kind slaat? Nein, dat deed ik niet. Wat schiet die kleine (ik gok hem een jaar of vijf) daarmee op? Waarschijnlijk niets want kinderen zijn zo loyaal aan hun ouders. Dat gaat heel lang door, totdat ze het echt onder ogen moeten zien en dan nog, zullen ze vaak partij voor hun ouders kiezen. Dus keek ik de vati alleen maar zeer nijdig aan terwijl hij ons passeerde. Kinderen slaan is niet o.k. Ook niet als het gaat om een corrigerende tik. Kun je die correctie niet bewerkstelligen op een andere manier? Denk je werkelijk dat jouw kind na die tik zal denken: ‘Ohhhh, wat ik doe is niet goed. Nou, wat dom van me, ik zal mijn gedrag direct aanpassen zodat het niet meer gebeurt.’ Nieuwsflits! Dat bereik je niet met tikken, klappen, knallen, stompen, slaan en andere fysieke aanvallen. Wat je wel bereikt is angst. Een diepgewortelde angst die nooit meer weggaat. Vroeger werd...

Hoe heb ik het zo ver laten komen?

Een column van vorig jaar (oktober 2017)die ik schreef voor Lindanieuws en de actie #houvol. CHANTAL SPREEKT HAAR VROEGERE ZELF STRENG TOE: ‘HOE HEB JE HET ZO VER LATEN KOMEN?’ Morgen mag ik mij weer melden bij Maaike, de diëtist. Ik zie er tegenop want ik heb niet het gevoel dat mijn lijf zich heeft gehouden aan de afspraak, namelijk: afvallen. Bij mijn vorige bezoek was ik in lichaamsgewicht niets kwijt, maar mijn taille was met een centimeter geslonken. “Maak nou foto’s van jezelf gedurende het afvalproces Chantal, dan kun je het verschil veel beter zien. Een camera liegt nooit.” Zo luidde het advies van mijn afvalcoach. Nou, hier komen ze dan. De voor-foto stamt uit 1987. Ik was daar 19 lentes jong en woog 52 kilo. Ik heb nog een dagboek (het zat er al vroeg in) uit die tijd en daarin schreef ik dat de maat nu echt vol was: ik moest gaan afvallen. Haha, afvallen. Waarom dan? Wat was mijn streefgewicht dan, 45 kilo? Ik kan jullie melden dat het met dat afvallen niet meer goed is gekomen. Die 52 heb ik nooit meer aangetikt. Wel de 62, 72 en de 82 kilo. Ik ga jullie niet vervelen met uitspraken als ‘had ik maar meer genoten van mijn slanke figuur’. Nee, ik ga een brief schrijven aan die jonge Chantal en haar eens vermanend toespreken. Is ze nou helemaal betoeterd. In dertig jaar tijd zijn er dertig kilo bijgekomen. Dat had toch nooit mogen gebeuren? Beste Chantal, Hoe heb je het zo ver laten komen? Je had toch kunnen weten dat bier direct omzet in vet...

Vakantie vieren is een kunst

Gisterenavond, tijdens een onsmakelijk diner bij de plaatselijke Griek kwam de waarheid naar boven. We houden allemaal niet van de warmte. ‘Wat doen we dan in hemelsnaam hier’, vroeg ik. Iedereen wees naar elkaar. ‘Ik dacht dat jij van de zon hield? Wie, ik? Nee, gatsie.’ Het werd duidelijk dat een zon, zee en strandvakantie niet aan ons is besteed. Die kunst verstaan wij duidelijk niet. Welke vorm van vakantie past dan wel bij ons? We besloten open kaart te spelen. Manlief was erg teleurgesteld in de Griekse wifi. Die wifi is voor hem een must. Zodat hij niets hoeft te missen wat er in de wereld gebeurt. Oh ja, en een actieve vakantie lijkt hem ook wel wat. Alleen niet wandelen of fietsen. Wat overblijft is zeilen. Wij (de kinderen en ik) rolden slechts met onze ogen. Zoon B wil vertier in de vorm van sport en spel. Als ik zeg dat hij dit toch zelf kan opzoeken, kijkt hij mij glazig aan. Of ik wel gezien heb dat er hier geen ruk te beleven valt juist omdat er geen programma is? Dochterlief is de makkelijkste van het stel. Ze wil lezen en af en toe iets bezoeken. Meerdere stedentrips ziet zij wel zitten. Ik vertel ze dat ik mijn mini vakantie in London heerlijk vond. Geen gezeur aan mijn hoofd en precies doen waar ik zelf zin in had. “Misschien moet je eens minder bezig zijn om de regie in hand te houden en meer leven in het nu’, klaagt man A. Alle wensen zijn op tafel gelegd. Het komt er eigenlijk op neer dat A het...