scènes uit een verpleegtehuis

‘Twee handen gebruiken! Kijk nou uit! Je gaat zo knoeien.’ Dit en meer vuurt mevrouw B af op mijn moeder. Plaats delict is de eettafel in het verpleegtehuis. Hoe goed de bedoelingen ook zijn van haar medebewoner, mijn moeder ziet dit anders. ‘Jij moet niet zo mauwen’, roept ze. Gelukkig zijn de meeste bewoners zo doof als een kwartel dus de boodschap bereikt de overkant van de tafel niet. Dit is slechts een klein onderdeel van de conversaties die plaatsvinden tijdens een lunch op de afdeling van mijn moeder. ‘Heb jij ook van die vieze Hongaarse groenten?’, hoor ik mevrouw D aan haar buurvrouw vragen. Voordat die buurvrouw haar kan voorzien van een antwoord, vraagt de voedingsassistente wat er hand is. Ik zie dat de dame D zich betrapt voelt en met een hoog stemmetje vraagt wat het voor groenten zijn. De voedingsassistente zegt dat het gaar bete groenten zijn. Als gebeten door een wesp veer ik op en zeg, ‘Oh, je bedoelt beetgaar?’. Ja die bedoel ik, zegt ze, zonder te verblikken of verblozen. ‘Die lust ik niet’, meldt mevrouw D weer. ‘Ik ook niet’, piept haar buurvrouw die er nog aan toevoegt dat ze aardappelen niet lekker vindt. ‘Dan moet je dat melden’, is het antwoord van de voedingsvrouw. ‘Dat heb ik gedaan’, fluistert de vrouw nu. ‘Wat zei je daar, mevrouw J?’, vraagt de eetgoeroe op schelle toon. ‘Niks’, zegt J. In stilte eten de bewoners verder. Ondertussen voer ik mijn moeder haar middagmaal en heb een prima overzicht van alle bewoners aan tafel. Ze moeten allemaal twee weken van tevoren hun keuze doorgeven anders is...

De verkering van mijn moeder

‘Heb je het al gehoord, Sas (mijn moeders koosnaam voor mij)?’, vraagt mijn moeder als ik haar bezoek in het verpleegtehuis. ‘Weet je nog, die minnaar die ik vorig jaar had? Je weet wel, Adriaan.’ Ik heb echt geen flauw idee waar ze het over heeft maar het geeft haar zichtbaar energie dus ik besluit mee te spelen. ‘Oh die’, probeer ik overtuigend te roepen. ‘Nou, hij heeft gevraagd of ik met hem wil trouwen en ik heb ja gezegd. Hoe vind je dat dan? Ik ben gewoon verloofd. Is het niet zalig? Eindelijk doe ik weer mee in de maatschappij en is mijn drang om te gaan hemelen verdwenen’. Stralend zit mijn moeder tegenover mij. Ze blijft maar praten over haar verloofde. De namen van mijn kinderen kan ze zich niet meer voor de geest halen, wel hoe ze hand in hand heeft gelopen met Adriaan. Haar arts vertelde dat ze veel symptomen heeft die lijken op dementie. Dat veroorzaakt de gaten in haar geheugen. Hij maakt de vergelijking van ons geheugen met een kast vol boeken. Het begin van dementie/alzheimer is dat sommige boeken niet direct te vinden zijn. Het duurt gewoon even voordat het juiste boek met daarin de bijpassende herinnering is gevonden. De volgende stap is dat er boeken (herinneringen) zijn uitgeleend en de vervolgstap is dat die boeken nooit meer worden teruggebracht. Van lieverlee wordt die boekenkast een chaos en zijn de nieuwste exemplaren vaak het snelst verdwenen. Dat verklaart dat mijn moeder niet meer weet waar ze hiervoor woonde, dat ze een 2e man heeft gehad of hoe haar kleinkinderen heten. Iedere herinnering...

Dood is het laatste

‘Dood is het laatste’, zei iemand, die zijn vrouw is verloren door een hersenbloeding. Hij zei dit na het horen van de klaagzang van mijn broer en mij over de toestand van onze moeder. ‘Jullie kunnen haar nog ruiken, horen en zien; dat is zoveel waard’, was zijn eindpleidooi. Iemand anders zei, ‘Ze is nu nog warm hè’. Ze hebben allebei gelijk maar tegen welke prijs? Mijn moeder is allang uitgecheckt. Ik zie licht branden in haar ogen maar er is niemand thuis. Is het dan gek dat je kunt verlangen naar de dood van die ander? Ik praat hierover met mijn broer die, in tegenstelling tot mij, mijn moeder elke dag bezoekt. We zijn het er samen over eens dat dit geen kwaliteit van leven is. Maar wie zijn wij om te bepalen dat haar leven moet stoppen? Mijn broer mag iedere dag weer mijn moeder vertellen dat ze nooit meer kan lopen, zitten of vast voedsel kan eten. Het voelt als de film “Groundhog day”: daarin beleeft de hoofdrolspeler steeds dezelfde dag opnieuw, net als mijn moeder. Is dat kwaliteit van leven? Daar waar ze met haar sterke lijf, kort na haar hersenbloeding besloot om langer bij ons te blijven, laat datzelfde lichaam het steeds vaker afweten. Mijn moeder wint met gemak het ziektekwartet. Een greep uit haar huidige lichamelijk ongemakken zijn: oorontsteking, blaasontsteking, gordelroos, luieruitslag (ook dat nog, ja), overal slechte huidconditie, oedeem aan haar hand, zwelling aan nagels en ga zo maar door. De pijn is soms ondragelijk en wij staan machteloos langs de kant. Mensonterend om zo de winter van je leven te slijten....

Maakt het je blij?

Sinds 1 januari kun je op Netflix kijken naar de opruimkunsten van Marie Kondo. Haar motto luidt: ‘Does it give you joy, do you feel a spark? No, then throw it away.’ Op zijn Hollands: ‘Maakt het je blij, voel je vreugde in je hart? Nee, sodemieter het dan maar weg.’ Ik ben verslaafd aan deze nieuwe serie. Mari is een opruimfanaat die mijn huis ook wel kan gebruiken. Echter mocht ik samen met broer eerst aan de slag in het huis van mijn moeder. Door haar hevige hersenbloeding zal mijn moeder nooit meer zelfstandig kunnen wonen. Ze is overal van afhankelijk: ze kan niet lopen, geen vast voedsel eten en niet zitten door een afwezige rompbalans. Vaak ziet ze de wereld heel anders dan wij, haar besef van tijd, plaats en meer laat haar vaak in de steek. De tijd is dan ook aangebroken om haar huur op te zeggen en het huis op te ruimen. Samen met mijn broer ben ik door haar woning gelopen. Ik zag wel waar ik mijn bewaardrift van heb. We troffen door het hele huis foto’s, briefjes, kaartjes, bonnetjes en andere prullaria aan. Ga daar maar een keuze in maken. Zo ook haar kleding, meubels en bed. Waar is Marie als wij haar nodig hebben? Gelukkig lijkt mijn broer niet besmet, of hij doet alsof, want hij maakt snel korte metten en kiest rap. Dit gaat weg, dat gaat in de opslag en dat neem ik of jij mee. Gewapend met twee tassen kom ik thuis. Daarin zitten voornamelijk foto’s en andere memorabilia. Door het kijken van de serie en de sterfelijkheid...

Tot de volgende keer maar weer!

‘Ik wacht al dagen op je’, zegt mijn moeder. ‘Je had beloofd om te komen maar je kwam maar niet’. Boos is ze omdat ik haar heb laten zitten. Ze moet huilen. Waar bleef ik nou toch, blijft ze herhalen. Mijn moeder heeft een hersenbloeding gehad aan haar rechterhersenhelft. Ook haar frontale kwab; de grootste kwab van de hersenen, is behoorlijk aangetast. Hierdoor heeft ze moeite met herinneren; soms weet ze niet meer dat er iemand op bezoek is geweest. Haar geheugen is stuk en een reparatie is niet meer mogelijk. Daar waar in je linkerhersenhelft je spraak en taal zit, heeft rechts weer andere kwaliteiten. Rechts zorgt voor planning, organisatie, het oplossen van problemen, het nemen van besluiten, impulscontrole, selectieve aandacht en het beheersen van gedrag en emoties. Al die punten ontbeert mijn moeder in meer of mindere mate. Sinds haar ontslag uit het ziekenhuis verblijft ze in een verpleegtehuis. Daar wordt hard gewerkt aan het optimaliseren van de uitgevallen functies. Doordat de hersenbloeding haar rechts trof, is ze verlamd aan haar linkerkant. Haar linkerarm en been reageren nauwelijks. Elke dag zet een fysiotherapeut mijn moeder rechtop in bed in de hoop dat ze, met ondersteuning, rechtop kan blijven zitten. De logopediste traint mijn moeders slikfunctie die niet naar behoren werkt. Hierdoor kan ze alleen maar gepureerd voedsel eten anders stikt ze. ‘Opgewarmde troep’, vindt mijn moeder het en ik kan haar geen ongelijk geven. Haar ruimtelijk inzicht is ook de weg kwijt; ze kan haar lepel met eten niet altijd rechtstreeks in haar mond krijgen. Er is altijd wel sprake van een omweg. Mijn moeder kan, zoals...

Donau haar

Een verhaal letterlijk uit de oude doos dat, in een iet wat andere vorm, in mijn boek, Gewoon K is terug te lezen. Mijn ouders waren net een stelletje toen mijn vader een ongeluk met zijn scooter kreeg. Hij was lekker aan het toeren op zijn scooter en zag niet dat er een vrachtwagen geparkeerd stond met de laadklep open; hij reed met een bloedgang de vrachtwagen in. Dit resulteerde, volgens mijn vader, tot het verlies van een merendeel van zijn haar. Wat overbleef van zijn weelderige haardos was een kransje van haar rondom zijn hoofd. In die tijd was het totaal niet hip om met een bijna kale kop rond te lopen. Mijn vader was ten einde raad want hoe moest hij zich dan vertonen aan zijn verkering en de rest van de wereld? Gelukkig was er een oplossing: de toupet. Mijn vader was niet voor een gat te vangen en kocht niet een, niet twee maar vier toupetten. Een zwarte met sluik haar , een zwarte met krullen, een grijze met krullen en een grijze met sluik haar. Knap, dat die man maling had aan wat men dacht over zijn dagelijks wisselende coupè. De techniek in die tijd was nog niet zo ver en dat maakte dat die toupet met  een soort duct tape werd bevestigd op het hoofd van mijn pa. Die tape bevond zich op een drietal plakpunten in die toupet. Naarmate de dag vorderde, ging dat tape irriteren en krabde hij regelmatig op en achter zijn hoofd. Dit veroorzaakte dan een soort van theater-gordijnopening achterop zijn hoofd. Naarmate mijn broers en ik ouder werden,...

Gerimpeld kleibint

Eindelijk was het dan zover: ik mocht mijn opwachting doen in Koffietijd. Hier had ik jaren naar uitgekeken; vooruit eigenlijk naar RTL late night maar ik kan niet alles hebben. Op die dinsdag moest ik mij om half negen melden in een villa nabij Hilversum. Gelukkig had ik die dag ervoor nog tips gekregen over wat ik aan moest doen. Mijn tas was dan ook goed gevuld met reserve-setjes kleding. Die zouden ervoor zorgen dat ik geen kilo zwaarder zou lijken dan ik ben of in het meest positieve geval, mij zelfs slanker zouden maken. Loretta en Vivian, here I come. Ik werd na aankomst en een kop koffie meegenomen naar de visagie ruimte. Daar stond Joan, de visagiste klaar om mij nog mooier te maken. Ze keek naar mij en zei, ‘Je hebt bijna geen rimpels’. Ik voelde me gevleid. Ze ging verder,’ Dat komt natuurlijk omdat je een paar kilo’s zwaarder bent.’ Dus, de toon was gezet. Ze had zelf ook niet echt liggen woelen in de fontein van de jeugd. Dat heb ik maar niet hardop gezegd. Met minimaal vijf lagen foundation op mijn snoet mocht ik plaats nemen achter de tafel. Mijn tafel- en lotgenoot L ging rechts van mij zitten. De camera’s stonden ook op rechts en recht voor ons. Er werd niets aan het toeval overgelaten. Er was ons wel van tevoren geadviseerd om je handen voor je houden want anders zouden we de microfoon blokkeren en helemaal niet meer uit onze woorden komen. Ik had mijn zwarte jurk met okergele jas aan; wat kon mij nog gebeuren. Zenuwachtig ? Nee, ik had...

Het is toch mijn moeder

Mijn moeder (82) heeft een hersenbloeding gehad, een stevige, aldus de artsen. Ik boter de laatste jaren slecht met mijn moeder. Ik: boos, gefrustreerd en koppig. Zij: een product van haar generatie en opvoeding. Toch haastte ik mij naar het ziekenhuis. ‘Het is toch je moeder’. Voorheen haatte ik het als mensen dit voor mijn voeten gooide. Wat wisten zij van mijn voorgeschiedenis? Juist. Niets. Maar misschien zou mijn geschiedenis met haar nu stoppen en dat wilde ik niet geruisloos voorbij laten gaan. Eenmaal in het ziekenhuis aan haar bed vallen alle redenen van “waarom niet” weg. Ik zie haar handen; het zijn de mijne. Ik zie haar haren, het worden de mijne. Het is toch mijn moeder. De hersenbloeding die haar rechter-hersenhelft trof, heeft voor een volledige verlamming aan de linkerkant van haar lichaam gezorgd. Niets doet het daar meer. Haar spraak is net als haar vermogen tot slikken zeer moeizaam. Het raakt me in de kern om haar zo te zien. Ik omhels haar en vergeef haar en mijzelf voor alle niet uitgekomen verwachtingen. Niet veel later wordt ons gevraagd om afscheid te nemen van haar omdat de artsen verwachten dat ze het weekend niet zal halen. Al haar levensverlengende lijnen worden stopgezet en bij complicaties wordt er niet meer gereanimeerd. Vier dagen later is mijn moeder er nog steeds en wil ze eten. Wat een mindfuck is dit. Eerst verwacht je haar begrafenis op dit tijdstip te plannen en zo praat je met de arts over een overplaatsing naar een verpleegtehuis. Samen met mijn broer verwerken we dit bizarre nieuws. Niet dat we niet blij zijn...

Laat het los, part two

Weten jullie het nog? Dat dochterlief haar telefoon was kwijtgeraakt in de kantine van haar bijbaantje als vakkenvuller? Ja, dan gaan we verder met het vervolg. Als je antwoord nee is, lees dan het stuk hiervoor. S stelde zich zeer volwassen op tijdens het wachten op haar nieuwe telefoon. Sterker nog, ze leek iets te relaxed zonder haar smartphone. ‘Weet je mam, zonder die telefoon ga ik toch sneller in een boek lezen (zo’n meid willen jullie ook wel hè). Het is echt heel chill, behalve op school. Zonder de Magisterapp weet ik niet of er een les uitvalt (even hè, weten jullie hoeveel lessen er tegenwoordig uitvallen? Nou, heel veel. Dat was vroeger wel anders. Die leraren van toen waren pas bikkels. Griep, kenden ze toen niet) of naar welk lokaal ik moet.’ Ik moest even wennen aan deze rustige puber. Ze viel zelfs makkelijker in slaap. Ik hoopte dat die telefoon een flinke vertraging zou oplopen. Helaas kwam de telefoon sneller dan het geluid en verdween haar hoofd weer naar het scherm van de nieuwe smartphone. Toen kwam dé dag dat ze weer mocht werken.Voordat ze vertrok heb ik haar nogmaals op het hart gedrukt dat die telefoon, of in een kluisje ging, of in haar werkkleding maar niet meer in haar jaszak. “Jááá mam, duh, ik ben niet gek’. ‘Oh ja’, riep ik haar nog na, ‘niet te laat thuis hè. Morgen heb je weer school.’ Ze werkt namelijk ook nog eens graag over want die vakken vullen zich niet vanzelf. Toen ze er om half elf nog niet was, besloot ik haar te appen met...

Laat het los!

Steeds vaker zitten manlief en ik samen aan de dis. De kinderen hebben het maar druk met voetballen, werken en andere uithuizige activiteiten. Het sluipt erin. Eerst eet er nog een puber mee en dan geen een meer. Dit is allemaal onderdeel van het grote loslaten en dan is het niet mee-eten  nog een eitje. Als iemand tien jaar geleden tegen mij zei, ‘Kleine kinderen, kleine problemen. Grote kinderen, grote problemen’, dacht ik altijd, wat een onzin. Weet je wel hoe zwaar het is met een twee- en vierjarige, schreeuwde ik ze dan inwendig na. Nou, daar kom ik nu wel rap van terug. Het cliché is helemaal waar. Dochterlief kwam thuis met de mededeling dat ze haar mobiele telefoon kwijt was. Ze had hem nog op haar werk bij de supermarkt (AH) en toen was ie foetsie. Ze had samen met haar collega’s gezocht maar tevergeefs. André is een man die op alles is voorbereid en had een, vind mijn niet zo hele dure telefoon tracker geïnstalleerd zodat hij (de telefoon) altijd te traceren is. Tenminste, als de 4G aanstaat. Dit had S tijdelijk uit gezet. Er viel dus niets te tracken. Samen met S heb ik een heel gesprek gevoerd over hoe de telefoon was verdwenen. Ze vertelde dat ze geen kluisje of andere veilige opbergplek heeft en de smartphone in haar jaszak had opgeborgen, dat wist ze zeker. Toen ze naar huis wilde gaan was ie verdwenen. Na de zoektocht had ze gevraagd of ze haar op de hoogte wilde brengen als de telefoon toch boven water zou komen. Na een goede nachtrust en geen bericht...