Het zal je kind maar wezen

Het zal je kind maar wezen; een kind dat een ander doodt.  Afgelopen week kwam de rechtspraak van de jongen die het meisje Romy eerst seksueel misbruikt heeft en daarna heeft vermoord. Mensen waren laaiend na het lezen van de straf. Deze knul van veertien jaar krijgt één jaar in jeugddetentie en dan nog eens jeugd-tbs. Ik snap de frustratie wel maar tegelijkertijd is het ook een jongen van veertien jaar jong. Het fijne zullen we nooit weten, denk ik, maar heftig is het wel. Hoe leef je hier mee? Als ouders van de dader maar ook de ouders van het slachtoffer. Slaap je dan nog lekker of komt dat nooit meer goed? Mijn vriendin heeft haar dochter verloren door een stom ongeluk. De dochter reed keurig op de juiste kant van de weg. Zomaar een straat waarbij het fietspad niet gescheiden is van de auto’s. Zij reed een scooter en een jongen van twaalf jaar kwam haar, op dezelfde weghelft, tegemoet op zijn fiets. Hij reed dus aan de verkeerde kant van de weg. Doordat de ruimte beperkt was op het fietspad moest zij uitwijken en op datzelfde moment kwam er een vrachtauto voorbij en schepte haar. Zij heeft het niet meer na kunnen vertellen, de jongen wel. Hij had daar nooit mogen fietsen omdat er simpelweg geen plaats was voor twee. Heeft hij haar vermoord? Nee, maar door hem is zij er niet meer. Slaapt mijn vriendin goed? Nee. Verdient hij een straf? Hij heeft levenslang gekregen doordat zij er niet meer is. Komt het dan ooit nog goed? Mijn vriendin heeft een jaar na dato gesproken met...

De kunst van het uitstellen

Als het moet kan ik heel goed zaken uitstellen. Dat klinkt natuurlijk raar want je moet niets uitstellen, je stelt zelf iets uit omdat je er vaak geen zin in hebt. Je wilt wel maar er zijn andere dingen die veel leuker zijn of je bent bang dat het je niet lukt. Zo zijn er ongetwijfeld nog honderd redenen om iets uit te stellen maar er komt een moment dan moet je, of je het nu leuk vindt of niet. Mijn eerste boek is organisch tot stand gekomen. Ik was ziek, blogde en voilà een boek was het resultaat. Sinds vorig jaar mei werk ik al aan mijn tweede boek. Lees, ik stelde het uit en maar uit. Ik had het altijd te druk om te schrijven want fulltime baan, lesgeven in de sportschool, man en twee kinderen. De werkelijke reden was dat ik niet durfde. Ik was bang dat ik het helemaal niet zou kunnen. Bang om door de mand te vallen. Bang dat iedereen zou zien dat ik niet kan schrijven. Het verhaal zat in mijn hoofd maar hoe kreeg ik dat in vredesnaam daaruit en ook nog op papier. Een paar avonden heb ik het geprobeerd om ervoor te gaan zitten. Echt vlotten deed het niet. Ik was dan ook druk bezig met uitstellen. In plaats van te typen ging ik kijken wat er gebeurde op facebook, zag ik allerlei leuke fimpjes op youtube en volgde ik de ene na de andere serie. Ondertussen had ik wel alle hoofdstukken een naam gegeven en genummerd. Ik was er ook uit dat ik vanuit vijf personages wilde schrijven...

Ode aan miss O

“Dit hadden we niet afgesproken hè”, zeg je tegen mij als ik je kamer binnenkom. Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Als ik naast je bed sta friemel ik wat onhandig aan je linkerarm omdat ik niet goed weet of ik je nu kan knuffelen of niet. “Nee, niet deze arm daar zit het ook. Pak mijn andere arm, sorry hoor”, zeg je zacht. Dit is mijn tweede live ontmoeting met je en waarschijnlijk ook de laatste. De kanker heeft jou verder in zijn greep en laat je niet meer los. Wat rest is reservetijd die jij volop benut. In de hospice waar je ligt is het een komen en gaan van mensen die je in je 49 jaar geraakt hebt met je spirit. Ik riep altijd stoer dat als je ernstig ziek bent alle decorum verdwijnt. Dat decorum is je vernislaag, het laagje dat alles net even iets mooier maakt. Ik was ervan overtuigd dat bij het verdwijnen van die laklaag je in de puurste vorm van zijn bent. Na gisteren weet ik wel beter. Onder die glans zit verf; opgebouwd van jaren door zon, regen, weer en wind. Nu die vernis is verdwenen zijn de scheurtjes duidelijk zichtbaar. Daar kan geen kwast meer tegenop. De pijn overvalt je en kun je niet meer verbergen achter die lagen verf. Het liefst zou je willen verdwijnen in die scheuren die het vernis heeft achtergelaten. Je ligt daar figuurlijk en bijna letterlijk bloot maar kunt nog niet overgeven. Dus grijp je waar kan de regie en stuur je mij de kamer uit omdat je niet wil dat ik...

Slow televisie

Sinds een jaar of twee zit ik alleen voor de buis als het gaat om het rechtstreeks bekijken van programma’s. De rest van de familie kijkt dit op het moment dat het hem of haar uitkomt. Er wordt overal gekeken behalve op en voor die ouwe vertrouwde televisie. Ik hoor geluiden van films en series door het hele huis maar niemand komt meer naast mij zitten.  Ik merk dat ik in de loop der jaren ook veel minder tv ben gaan kijken. Omdat ik op elk gewenst moment iets kan kijken of terugkijken. Toch vind ik het jammer dat alles op afroep is en het uitgestelde verlangen daarmee is verdwenen. Daarom zit ik soms nog voor die beeldbuis; uit een soort stil protest. “Jij wil terug naar de jaren tachtig”, zegt manlief als ik weer eens klaag dat ik op zaterdagavond alleen op de bank zit. “Tijden zijn nu eenmaal veranderd en Willem Ruis komt nooit meer terug”. Hij heeft wel gelijk. Maar het was zo gezellig. Met natte haren van het douchen op de bank zitten en kijken naar the A-team of de Honeymoonquiz. Gewoon samen met chips en cola. Nu komen ze de frisdrank en versnaperingen wel halen maar dat nemen ze dan mee naar hun puberholen. En ik maar zitten in mijn eentje. Toch is er een avond dat bijna de hele familie (A trekt dit helaas niet) wel op de bank zit en we samen ‘Heel Holland bakt’ kijken. De afspraak is dat om beurten iemand iets bakt dat verorberd kan worden tijdens de uitzending. “Het programma is fokking traag”, aldus zoon B maar geeft...

Struisvogel politiek

Het is weer zover! Oktober = borstkankermaand. De campagne van Pink Ribbon spreekt van één op de zeven vrouwen die borstkanker krijgt. In 2014 was dit nog een op de acht. Een op de zeven dat is wel heel heftig. Pink Ribbon speelt hier dan ook feilloos op in door  de lezer met de neus op de feiten te drukken. Ze illustreren dat door te vragen voor wie jij geld wil geven. Voor je zus? Je buurvrouw? Je dochter? Een collega? Een vriendin? Je moeder? Of doneer je voor jezelf? Snap jij het? Ik vind het wel stoer dat zij kiezen voor deze aanpak. Veel mensen steken  hun kop in het zand. Ik deed dit namelijk ook voordat ik de diagnose kreeg. Alles wat riekte naar nare ziektes meed ik. Ik wilde er niets van horen. Tralalala, vingers in de oren en dan is het er gewoon niet. Wel dus! Het is er en gaat niet weg ook als we ons ervoor afsluiten. Het gaat jouw deur echt niet voorbij als je er geen aandacht aan besteedt. Kanker discrimineert niet.  Dat snap je. Ik snap heus dat je wel wat anders aan je hoofd hebt en je humeur stijgt niet van deze miserabele verhalen. Dat merkte toen ik vorige week een, al zeg ik het zelf, grappig stukje schreef over mijn borsten. Ik sloot het stuk af dat men vooral die buste regelmatig moet checken. Nu zorgt de redactie van LINDA voor de eindredactie en zij kiezen ook de kop boven mijn schrijfsels. Hier stond dan ook boven, ‘CHECK JE BORSTEN, MISSCHIEN RED JE JE EIGEN LEVEN. IK KAN HET...

Wat hebben Hugh Hefner en mijn zoon gemeen?

Ik hoorde vanochtend het nieuws op de radio dat Playboy baas Hugh Hefner op 91-jarige leeftijd is overleden in zijn mansion. Ik moet direct denken aan mijn zoon die een passie deelt met die man. En nee, het gaat deze keer niet over sex. Zoonlief draagt namelijk ook het liefst een badjas. Of de mussen nu van het dak vallen of niet, die badjas gaat aan. Zou Hugh dat ook hebben gedaan? B zijn badjaspassie is begonnen toen hij een jaar of acht was. Hij kreeg dat jaar van Sinterklaas een mooi fleece exemplaar, zonder capuchon maar met rode en blauwe strepen. Dit was het beste cadeau dat hij ooit had gekregen, zei hij nadat alle cadeaus waren uitgepakt. Hij was niet weg te slaan uit die jas. Gekscherend noemde we hem de Hugh van de lage landen. Het hele Playboy-verhaal lieten we maar even achterwege. Zijn verzameling badjassen groeide met de jaren. Er ging geen jas af maar er kwamen er wel meer bij. Zou Hugh ook alle jassen bewaard hebben? Als ik vraag aan B waarom hij zo van die jassen houdt krijg ik als antwoord dat het gewoon lekker zit. Oh ja, en warm, ze zijn ook lekker warm. Zijn voorkeur gaat dan ook uit naar een fleece exemplaar. Zoniet Hugh, hij genoot meer van de zijden gevalletjes. Nu was de man ook niet aan de zware kant en kon hij dit materiaal wel hebben. Zijde maakt namelijk dat je elk vetrolletje of andere lijfplooien feilloos kunt spotten. Daar heb je met fleece weer veel minder last van. Een badjas is ook een uitstekend kledingstuk om...

Positivo

“Wil jij meedoen aan ‘Pluk de dag’”, vraagt oncologieverpleegkundige M als ze mij belt. “Ja hoor, ik doe wel mee.” Als ze uitlegt waar het voor staat ben ik blij dat ik ja heb gezegd. De dag is bedoeld voor (ex) kankerpatiënten om workshops te volgen van meditatie tot gezonde voeding (gratis). Oh ja, ik krijg een uur de tijd. “Waar ga ik het dan over hebben”, vraag ik M. “Dat je zo’n positivo bent ook tijdens jouw ziekteproces. Als iemand de dag plukt ben jij het wel.” Drie dagen na mijn gesprek met M word ik gemaild door iemand van ‘Pluk de dag’ met het verzoek een foto van mijzelf in te leveren en een korte beschrijving van mijn workshop. Stoer schrijf ik dat de titel mag zijn, ‘Ziek zijn is geen keuze maar wel hoe je ermee omgaat’. De inhoud zal voornamelijk bestaan uit het voorlezen van enkele blogs uit mijn boek ondersteund door een powerpoint presentatie. Dit alles speelde in juni van dit jaar, de dag stond gepland op 16 september. Het verhaal dat ik zou gaan houden had ik al in grote lijnen in mijn hoofd, nu de presentatie nog. De rode draad zou zijn communiceren. Als je iets niet snapt wat je oncoloog of andere witte jas zegt of je weet niet of een bijwerking normaal is na een chemo, ZEG HET DAN! Artsen en verpleegkundigen zijn net mensen: zij weten ook niet alles en kunnen geen gedachten lezen. Dit alles ging ik omlijsten met mijn humor, positiviteit en relativeringsvermogen. Ik was er dan gisterenochtend ook helemaal klaar voor (na twee langdurige sessies op...

#nekloze

Ken je dat, dat je in de supermarkt of op een andere openbare plek iets wilt opzoeken in je telefoon en dat je dan per ongeluk drukt op de cameraknop en die lens op jou gericht is en zo, knip een foto van je maakt? Nou, ik maak dat regelmatig mee en het resultaat is niet best. Ik noem het de nekloze selfie. Gelukkig hoef ik mijn geld niet te verdienen met het plaatsen van foto’s van mijzelf op bijvoorbeeld Instagram. Ik denk dat we dan alleen droog brood kunnen eten. Er zijn echter wel mensen die hun boterham met luxe beleg verdienen met het maken van prachtige kiekjes op dit fijne medium. Dat blijkt gewoon een baan te zijn waar ze ook echt hard voor moeten werken. Hun taak is om jou te verleiden tot het aanschaffen van kleding, vakanties, fototoestellen, horloges, smoothies etc die zij etaleren in hun Instagrampost. Voor elke post die ze maken krijgen ze een bedrag van de fabrikant of het bedrijf van het desbetreffende product. Dan kan enorm oplopen en zo zijn er dus veel influencers (zoals dat heet) die er een dagtaak aan hebben. Maar net als in de echte wereld wemelt het hier ook van de concurrenten. Zie maar eens op te vallen in de menigte van andere beïnvloeders. Ik zag laatst een foto waarop te zien is hoe zo’n meisje wordt gefotografeerd voor een post die misschien wel een miljoen likes krijgt. Degene die de foto maakte haalde de meest gewaagde capriolen uit om de dame goed en vooral mooi in beeld te krijgen. De tekst onder de geplaatste foto luidde;...

Zo’n mens

Direct na de aanslag in Barcelona dook dit gedicht (zie onderaan deze tekst) van Toon Hermans op in mijn facebook tijdlijn. Ik las het en dacht; zo’n mens wil ik zijn. Ik wil er zijn, er toe doen, een verschil maken hoe groot of klein ook en bovenal wil ik iets bijdragen aan de mensheid want we hebben het broodnodig. Ik weet niet of het komt door mijn leeftijd of door de tijd maar ik hoor veel mensen in mijn omgeving klagen. “Het is niet meer wat het was was”. Nee, huh huh, alles verandert dus niets blijft hetzelfde maar om nou te zeggen dat het dan slechter is? Ik ervaar het niet zo. Ik weiger namelijk zo’n mens te zijn. Een mens die langs de zijlijn zit en alleen maar moppert over de jeugd van tegenwoordig. Dat mens die weigert om ook maar een stap in de richting van die jongeren te zetten om te kijken van je van elkaar kunt leren. Ik lunch vaak op mijn werk met twee jongeren. Ik vind ze leuk en leer veel van ze en zie dat ze anders in het leven staan dan ik destijds. Wat een vooruitgang. Daar hebben wij aan meegewerkt hè, mensen uit de jaren zestig en zeventig. Je bijdrage heb je dus al geleverd. Zo’n mens ben jij. Gisteren zei iemand, “ De wereld is niet eerlijk en je zult er maar aan moeten wennen”. Ik wil daar hélemaal niet aan wennen. Ik wil zo’n mens zijn dat vecht voor alles wat krom is zonder te verzuren. Ik wil geloven dat eerlijk niet lang duurt maar het...

Gereïncarneerde aerobicjuf

Sinds begin juni mag ik bloggen voor Lindanieuws en in het bijzonder de actie Houvol. Elke weeg schrijf ik een blog/column over mijn lijnen en alles wat daar mee te maken heeft. Omdat dit op een ander platform staat deel ik het hier niet maar deze wilde ik jullie niet onthouden. Volgende week weer een andere column of blog op dit kanaal. Veel leesplezier! Zes jaar geleden en acht kilo lichter zat ik aan de bar van de plaatselijke sportschool een cappuccino te nuttigen. Met de eigenaresse had ik een gesprek over het geloven of niet geloven in reïncarnatie. Vraag me niet waarom, je kent het vast wel. Je kletst eens wat en dan ineens komen de levensvragen aan bod. Ik zei haar dat als ik zou reïncarneren, ik graag terug zou komen als een afgetrainde aerobicjuf. “Daar hoef je toch niet op te wachten,” was haar antwoord. “Je kunt bij mij nu ook al aan de slag hoor.” Want, zo vond zij, het zit ‘m niet in het gespierde lijf maar in het enthousiasme om anderen in beweging te krijgen. Sinds die tijd ga ik ook door het leven als spinning- en aerobicjuf. Als ik mensen trots vertel dat ik ook sportlessen geef, checken ze ‘stiekem’ de rest van mijn lichaam en zeggen ze nog net niet: “Goh, apart.” Want jullie weten dat als iemand ‘apart’ zegt er meestal stront aan de knikker is. “Wat zit je haar apart”, betekent niets meer dan dat het ronduit kut zit, toch? Ik dwaal af, terug naar dat anders-uitziende-sportlijf van mij. Om de stilte op te vullen roep ik zelf vast...