De verkering van mijn moeder

‘Heb je het al gehoord, Sas (mijn moeders koosnaam voor mij)?’, vraagt mijn moeder als ik haar bezoek in het verpleegtehuis. ‘Weet je nog, die minnaar die ik vorig jaar had? Je weet wel, Adriaan.’ Ik heb echt geen flauw idee waar ze het over heeft maar het geeft haar zichtbaar energie dus ik besluit mee te spelen. ‘Oh die’, probeer ik overtuigend te roepen. ‘Nou, hij heeft gevraagd of ik met hem wil trouwen en ik heb ja gezegd. Hoe vind je dat dan? Ik ben gewoon verloofd. Is het niet zalig? Eindelijk doe ik weer mee in de maatschappij en is mijn drang om te gaan hemelen verdwenen’.

Stralend zit mijn moeder tegenover mij. Ze blijft maar praten over haar verloofde. De namen van mijn kinderen kan ze zich niet meer voor de geest halen, wel hoe ze hand in hand heeft gelopen met Adriaan.

Haar arts vertelde dat ze veel symptomen heeft die lijken op dementie. Dat veroorzaakt de gaten in haar geheugen. Hij maakt de vergelijking van ons geheugen met een kast vol boeken. Het begin van dementie/alzheimer is dat sommige boeken niet direct te vinden zijn. Het duurt gewoon even voordat het juiste boek met daarin de bijpassende herinnering is gevonden. De volgende stap is dat er boeken (herinneringen) zijn uitgeleend en de vervolgstap is dat die boeken nooit meer worden teruggebracht. Van lieverlee wordt die boekenkast een chaos en zijn de nieuwste exemplaren vaak het snelst verdwenen. Dat verklaart dat mijn moeder niet meer weet waar ze hiervoor woonde, dat ze een 2e man heeft gehad of hoe haar kleinkinderen heten.

Iedere herinnering die in haar geheugen verdwijnt doet me verdriet. Er komt een dag dat ze ook mij niet meer herkent. Vroeger heb ik die koosnaam “Sas” regelmatig vervloekt, nu geniet ik ervan als ze zo noemt. Ook geniet ik van haar hervonden energie. Als ik haar na het eten terugbreng naar haar kamer vertelt ze verder over haar Adriaan. Ze vindt het wel jammer dat ze geen auto meer kan rijden zodat ze hem wat vaker zou kunnen zien.

Al die opwinding heeft haar erg moe gemaakt. Ze dommelt in haar rolstoel al weg en ik besluit de verpleegkundige te roepen om mijn moeder in bed te takelen voor haar schoonheidsslaap van die dag. Tot twee keer toe schiet ze wakker en roept tegen mij dat Adriaan voorbij loopt. Verdomd dat het niet waar is, er loopt inderdaad een man op leeftijd voorbij haar raam die voldoet aan haar Adriaan. Ik zeg haar dat hij vast straks even bij haar op bezoek komt. Hier neemt ze genoegen mee terwijl ze in bed wordt gelegd. Voordat ik gedag kan zeggen is ze vertrokken naar hopelijk een mooie droom van en met Adriaan.

Het eerste wat ik doe als ik in de auto zit, is mijn broer bellen en hem inseinen dat er een trouwerij op komst is. Mijn broer moet lachen en vertelt dat Adriaan, volgens de zussen van mijn moeder, een verkering van haar was voordat ze mijn vader ontmoette.

Ondanks het verdwijnen van haar herinneringen, ervaar ik voor het eerst geen verdriet als ik wegrijd van haar. Ze heeft, als is het maar voor even, kwaliteit van leven. Adriaan, waar je ook bent, dank voor een mooie herinnering in mijn moeders leven.

 

 

Vorige