Het is toch mijn moeder

Mijn moeder (82) heeft een hersenbloeding gehad, een stevige, aldus de artsen. Ik boter de laatste jaren slecht met mijn moeder. Ik: boos, gefrustreerd en koppig. Zij: een product van haar generatie en opvoeding. Toch haastte ik mij naar het ziekenhuis. ‘Het is toch je moeder’. Voorheen haatte ik het als mensen dit voor mijn voeten gooide. Wat wisten zij van mijn voorgeschiedenis? Juist. Niets. Maar misschien zou mijn geschiedenis met haar nu stoppen en dat wilde ik niet geruisloos voorbij laten gaan.

Eenmaal in het ziekenhuis aan haar bed vallen alle redenen van “waarom niet” weg. Ik zie haar handen; het zijn de mijne. Ik zie haar haren, het worden de mijne. Het is toch mijn moeder. De hersenbloeding die haar rechter-hersenhelft trof, heeft voor een volledige verlamming aan de linkerkant van haar lichaam gezorgd. Niets doet het daar meer. Haar spraak is net als haar vermogen tot slikken zeer moeizaam. Het raakt me in de kern om haar zo te zien. Ik omhels haar en vergeef haar en mijzelf voor alle niet uitgekomen verwachtingen. Niet veel later wordt ons gevraagd om afscheid te nemen van haar omdat de artsen verwachten dat ze het weekend niet zal halen. Al haar levensverlengende lijnen worden stopgezet en bij complicaties wordt er niet meer gereanimeerd.

Vier dagen later is mijn moeder er nog steeds en wil ze eten. Wat een mindfuck is dit. Eerst verwacht je haar begrafenis op dit tijdstip te plannen en zo praat je met de arts over een overplaatsing naar een verpleeg-tehuis. Samen met mijn broer verwerken we dit bizarre nieuws. Niet dat we niet blij zijn maar wat staat haar en ons te wachten? De levensreddende lijnen worden weer ingeplugd en het eten wordt aangerukt.

Ze eet als een wolf alleen kan ze het eten niet zelf naar haar mond brengen. Ik voer haar, veeg haar mond af en sus haar in slaap; de cirkel is rond.

De dagen glijden voorbij. Mijn moeder krijgt een katheter en een blaasontsteking. Door de verstoorde balans van dag en nacht en van haar vochthuishouding krijgt mijn moeder hallucinaties. Ze worden van kwaad tot erger. Mijn moeder reist in een moordend tempo door alle lagen van haar leven heen. Geen enkel karakter komt er goed van af; iedereen is in potentie uit om haar te vermoorden. Met medicatie wordt gewerkt aan een doorbraak in deze verwarring. Dit helpt nog niet voldoende, de dosis gaat omhoog. Mijn moeder is al twee weken mijn moeder niet meer. Ze is angstig en wil naar huis, in bed liggen met de dekens over haar heen. Maar dat kan niet.

Vandaag heb ik begrepen dat ze een delierteam willen inzetten. Een groep deskundigen gaat een interventie plegen om de hallucinaties te doen laten verdwijnen. Eigenlijk gaan ze op haar inpraten. Hopelijk zal ze worden verlost van die gruwelijke demonen die rondwaren in haar hoofd. Wat rest is nog onduidelijk.

Het is toch mijn moeder en ik hoop dat ik dat haar nog kan vertellen.

Liefs,

Chantal

 

 

Vorige