Kleedjesleed

Met het herschrijven van boek twee schiet mijn eigen website er de laatste tijd wat bij in maar gelukkig ben ik ook nog elke week te vinden op in de buurt Delft waar ik vorige week dit stuk voor schreef. Veel leesplezier!

“Wat deed jij eigenlijk vroeger op Koningsdag, mam?”, vraagt mijn zoon (14). “Mijn fiets versieren en daar rondjes op rijden in straat”, antwoord ik. Na wat uitleg ondersteund door YouTube verdwijnt de glazige blik in zijn ogen. Grinnikend zegt hij: “Wat ga je dit jaar doen dan?” “In de rij staan bij banketbakker Stoffer om hun overheerlijke tompoezen te bemachtigen.” “Die kun je toch ook bij de HEMA halen”, meldt hij. “Bij Stoffer smaken ze heerlijk en bovendien is het een traditie.” “Pffft”, zegt hij, “Waar je zin in hebt. Ik slaap lekker uit.”

Ja, nu slaapt hij uit. Dat was vroeger wel anders. Jarenlang heb ik met mijn kinderen op diverse plekken in de stad heel wat uurtjes doorgebracht op een aftands kleedje. Om dé beste plek te bemachtigen moest je voor dag en dauw je bedje uit. Ons favoriete plekje, en die van vele anderen, was rondom de Oude Kerk. Om half zes in de ochtend had je de beste keus. Met een beetje mazzel had je de zonkant te pakken en kon het zaken doen beginnen.

Twintig cent voor een compliment

Alle meuk werd uitgestald op het kleedje en er werd, met name door mijn zoon, ook nog bijgeklust. Van zijn zesde tot negende jaar heeft hij een leuk zakcentje verdient door een bord te dragen met daarop de tekst: ‘Van deze leuke vent krijgt u voor twintig cent een compliment’. “Wat heb je mooie ogen”, of “Is dat je eigen haarkleur, dat dacht ik al”. Hij schudde de complimenten zo uit zijn mouw. De twintig cent werd vaak vijftig cent of soms zelf een hele euro. Zoonlief kletste zo een compleet legopakket bij elkaar. Zijn zus verkocht haar little pony’s en petshops en shopte vrolijk, van het verdiende geld, de complete garderobe van Barbie bij een ander kleedje.

Kleedjesleed

Deze traditie werd elk jaar verder uitgekleed. Eerst moesten we plaats maken voor de betaalde marktkramen. Later was er nog meer kleedjesleed omdat de hulpdiensten (begrijpelijk) vrij baan kregen. De wekker ging met de jaren vroeger om maar ergens je kleedje uit te kunnen spreiden. Moesten die kramen er nu eigenlijk wel komen? Het is toch ook een feest voor de kinderen? Sommige tradities mogen we best in ere houden, toch?

Twee jaar geleden heb ik onze kleedjes met weemoed aan de wilgen gehangen. Niet uit nijd maar de kids zijn de kleedjes ontgroeid. Ze doen nog liever een proefwerk Duits dan dat ze hun waar aanprijzen op de beddensprei van oma. Als ik vraag aan mijn zoon wat hij gaat doen op Koningsdag mompelt hij: “Beetje kleedjes kijken en tompoezen zonder handen eten bij de HEMA.” Misschien ga ik zelf mijn fiets maar weer eens versieren en rondjes rijden in de straat.

Veel liefs,

Chantal

Volgende
Vorige