Laat het los!

Steeds vaker zitten manlief en ik samen aan de dis. De kinderen hebben het maar druk met voetballen, werken en andere uithuizige activiteiten. Het sluipt erin. Eerst eet er nog een puber mee en dan geen een meer. Dit is allemaal onderdeel van het grote loslaten en dan is het niet mee-eten  nog een eitje.

Als iemand tien jaar geleden tegen mij zei, ‘Kleine kinderen, kleine problemen. Grote kinderen, grote problemen’, dacht ik altijd, wat een onzin. Weet je wel hoe zwaar het is met een twee- en vierjarige, schreeuwde ik ze dan inwendig na. Nou, daar kom ik nu wel rap van terug. Het cliché is helemaal waar.

Dochterlief kwam thuis met de mededeling dat ze haar mobiele telefoon kwijt was. Ze had hem nog op haar werk bij de supermarkt (AH) en toen was ie foetsie. Ze had samen met haar collega’s gezocht maar tevergeefs. André is een man die op alles is voorbereid en had een, vind mijn niet zo hele dure telefoon tracker geïnstalleerd zodat hij (de telefoon) altijd te traceren is. Tenminste, als de 4G aanstaat. Dit had S tijdelijk uit gezet. Er viel dus niets te tracken.

Samen met S heb ik een heel gesprek gevoerd over hoe de telefoon was verdwenen. Ze vertelde dat ze geen kluisje of andere veilige opbergplek heeft en de smartphone in haar jaszak had opgeborgen, dat wist ze zeker. Toen ze naar huis wilde gaan was ie verdwenen. Na de zoektocht had ze gevraagd of ze haar op de hoogte wilde brengen als de telefoon toch boven water zou komen.

Na een goede nachtrust en geen bericht van Appie werd duidelijk dat er een nieuwe telefoon moest komen. Maar wie zou dat betalen? Het was toch niet haar schuld dat het gepikt was? “Nee”, zei ik haar, “maar het is wel jouw verantwoordelijkheid om zuinig met je spullen om te gaan. Sterker nog, je werkgever heeft de plicht jou te voorzien van een goeie opbergplek”. S vertelde dat er wel kluisjes zijn maar niet genoeg voor iedereen. Iedereen neemt zijn sleutel mee naar huis. De meeste vakkenvullers werken twee tot drie dagen in de week. Dat betekent dat iemand gemiddeld vijf dagen rondloopt met een sleutel van een kluis die hij niet gebruikt.

Dan is het toch raar dat jij geen kluis hebt, zei ik. Waarom laten ze de sleutels niet daar in de kantine liggen, zodat iedereen toegang heeft tot een kluisje? Hoe meer ik erover sprak met haar, hoe absurder de situatie. Dit dreef S tot waanzin omdat ik aangaf wel even met haar manager te gaan bellen om dit varkentje te wassen. Zijn ze nou helemaal betoeterd. Omdat zij geen kluisje heeft, is haar telefoon gejat. “Ik ga bellen”, zei ik.

“Mam, laat mij het alsjeblieft zelf oplossen. Ik wil niet dat jij zo’n moeder bent die alles oplost voor haar kind. Ik hoor wat je zegt maar wil het graag op mijn manier doen “.

Ai, dat is het moeilijkste om te doen; het laten. Loslaten. Haar de kans geven het zelf te regelen, of haar zelf op haar, spreekwoordelijke bek te laten gaan.

Diep van binnen wil ik die manager eens even aan zijn blauwe stropdas door de winkel trekken en hem vertellen wat ik van het malle kluisjesbeleid vind. Maar, dat mag ik niet. Daarmee zou ik te kennen geven dat ik haar niet vertrouw (oef) en dus ook niet los kan laten. Ik moet het echt loslaten.

De nieuwe telefoon is besteld; we betalen fifty-fifty (helemaal loslaten lijkt hier wat moeizaam). Ik heb gezegd dat die nieuwe telefoon in haar werkjasje blijft of desnoods in haar hand maar NIET in haar jaszak. Ik ben heel benieuwd waar ze straks mee thuiskomt. In het meest optimistische scenario is het de sleutel van een kluisje.

 

Volgende
Vorige