Ode aan miss O

“Dit hadden we niet afgesproken hè”, zeg je tegen mij als ik je kamer binnenkom. Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Als ik naast je bed sta friemel ik wat onhandig aan je linkerarm omdat ik niet goed weet of ik je nu kan knuffelen of niet. “Nee, niet deze arm daar zit het ook. Pak mijn andere arm, sorry hoor”, zeg je zacht.

Dit is mijn tweede live ontmoeting met je en waarschijnlijk ook de laatste. De kanker heeft jou verder in zijn greep en laat je niet meer los. Wat rest is reservetijd die jij volop benut. In de hospice waar je ligt is het een komen en gaan van mensen die je in je 49 jaar geraakt hebt met je spirit.

Ik riep altijd stoer dat als je ernstig ziek bent alle decorum verdwijnt. Dat decorum is je vernislaag, het laagje dat alles net even iets mooier maakt. Ik was ervan overtuigd dat bij het verdwijnen van die laklaag je in de puurste vorm van zijn bent. Na gisteren weet ik wel beter. Onder die glans zit verf; opgebouwd van jaren door zon, regen, weer en wind. Nu die vernis is verdwenen zijn de scheurtjes duidelijk zichtbaar. Daar kan geen kwast meer tegenop.

De pijn overvalt je en kun je niet meer verbergen achter die lagen verf. Het liefst zou je willen verdwijnen in die scheuren die het vernis heeft achtergelaten. Je ligt daar figuurlijk en bijna letterlijk bloot maar kunt nog niet overgeven. Dus grijp je waar kan de regie en stuur je mij de kamer uit omdat je niet wil dat ik je zo naakt zie. Maar lieve O, dat is het nu juist. Ik heb je op je mooist gezien en dat heeft niets met je lijf te maken. Jij op je puurst ,tegen wil en dank, straalt nog steeds.

Als ik weer terugkom in je kamer zeg je sorry omdat je niet wilde dat ik het mensonterende gedeelte moest aanschouwen. Maar het spijt mij, lieve O dat ik potdomme niets anders kan doen dan toekijken hoe de verf verder afbladdert.

Ondanks dat je lichaam niet meer kan stralen betekent niet dat ik anders over je ben gaan denken. Je fluisterde mij bij het afscheid toe dat er niet genoeg engelen zijn om sterren uit te delen voor mensen die willen stralen maar dat ze hulp nodig hadden van de mensheid. Ik weet zeker dat jij een van de uitverkorene bent.

Het spijt mij dan ook zeker niet dat ik je heb leren kennen al was het maar kort. Jij hebt een lichtje bij mij ontstoken en daar ben ik trots op.

Voor mij ben jij altijd op je best.

Waar je ook heen gaat heb het daar goed.

Veel liefs,

 

Chantal

Volgende
Vorige