Positivo

“Wil jij meedoen aan ‘Pluk de dag’”, vraagt oncologieverpleegkundige M als ze mij belt. “Ja hoor, ik doe wel mee.” Als ze uitlegt waar het voor staat ben ik blij dat ik ja heb gezegd. De dag is bedoeld voor (ex) kankerpatiënten om workshops te volgen van meditatie tot gezonde voeding (gratis). Oh ja, ik krijg een uur de tijd. “Waar ga ik het dan over hebben”, vraag ik M. “Dat je zo’n positivo bent ook tijdens jouw ziekteproces. Als iemand de dag plukt ben jij het wel.”

Drie dagen na mijn gesprek met M word ik gemaild door iemand van ‘Pluk de dag’ met het verzoek een foto van mijzelf in te leveren en een korte beschrijving van mijn workshop. Stoer schrijf ik dat de titel mag zijn, ‘Ziek zijn is geen keuze maar wel hoe je ermee omgaat’. De inhoud zal voornamelijk bestaan uit het voorlezen van enkele blogs uit mijn boek ondersteund door een powerpoint presentatie.

Dit alles speelde in juni van dit jaar, de dag stond gepland op 16 september. Het verhaal dat ik zou gaan houden had ik al in grote lijnen in mijn hoofd, nu de presentatie nog. De rode draad zou zijn communiceren. Als je iets niet snapt wat je oncoloog of andere witte jas zegt of je weet niet of een bijwerking normaal is na een chemo, ZEG HET DAN! Artsen en verpleegkundigen zijn net mensen: zij weten ook niet alles en kunnen geen gedachten lezen. Dit alles ging ik omlijsten met mijn humor, positiviteit en relativeringsvermogen. Ik was er dan gisterenochtend ook helemaal klaar voor (na twee langdurige sessies op het toilet thuis)

Zo’n honderd mensen hadden zich gisteren verzameld om naar de aftrap te luisteren in de persoon van Dokter D (jawel, mijn oncoloog himself), hij gaf een ontroerende speech over de menselijke kant van zijn vak. Na zijn verhaal liep ik op dokter D af om hem te begroeten. Het gesprek ging zo. Hij: Gaat het goed met je? Ik: Ja goed, alleen die vermoeidheid hè maar als dat het is dan teken ik ervoor Hij: Nog steeds zo positief als voorheen, merk ik. Ben je al bij Humberto Tan geweest? Ik: Nee, maar ik blijf hopen. Hij: Straks ga ik meer de onderzoekskant op en zou die latenight een mooi podium zijn voor het kankeronderzoek.Ik: Dan spreken we af dat als hij jou belt, jij mij meeneemt en andersom. Dan wordt hij weggeroepen. We nemen afscheid en ik zeg hem nogmaals dat blij ben dat hij mijn oncoloog is geweest. Tot ziens dokter D, tot ooit!

Met een groep van zo’n 15 mensen trap ik mijn workshop af. Ik denk dat het kwam door de setting (aan tafel zitten) en de beladenheid van de dag maar ik kwam niet toe aan mijn, zo zorgvuldig voorbereide presentatie. Er kwamen wel mooie gesprekken op gang, puur zonder opsmuk. De meeste mensen aan tafel waren namelijk ziek en dat haalt de bullshitfilter er wel vanaf. Ik probeerde het in goede banen te leiden. Een vrouw was boos en woedend op het verplegend personeel, een man gaf juist aan dat hij hele andere ervaringen had weer een ander had een baas die weinig begripvol met haar re-integratie omging. De tranen zaten soms hoog en de emotie ook. Hier en daar probeerde ik wat positiefs te vertellen door wat passages uit mijn boek voor te lezen en mensen vragen te stellen. De sfeer bleef wat somber maar dat doet kanker ook met je. Het uur vloog voorbij en ik kreeg een seintje om mijn betoog af te ronden. Bij het vragenrondje zei een man, Frans (hij vindt dit vast o.k.) dat hij begreep dat mijn insteek veel positiever was dan nu deed voorkomen. Hij bewonderde mijn optimisme en humor. Hij ging mijn boek niet kopen want hij wist al wat erin stond. Dat had hij namelijk zelf ook al meegemaakt. We hebben de handen geschud en elkaar het beste gewenst. Omdat ik enorm ben uitgelopen ruim ik snel op en haast mij naar de afscheidsceremonie.

Die afscheidsceremonie is een soort dans die we samen moeten doen, al klappend en wiegend. Ik zie veel mensen hevig geëmotioneerd zijn als de dame van het dansritueel nog even doorneemt wat we allemaal gedaan hebben vandaag. Ik ben niet zo van chanten, yoga en andere mindfulness- achtige dingen maar ik laat het maar over mij heenkomen. Aan het eind van de dans slaan we de handen letterlijk ineen en moeten we onze ogen sluiten. Ik wil huilen, héél hard. Die emotie was bijna tastbaar. Als alle zekerheid en decorum wegvalt ben je echt wie je bent. Dat voelde ik gisteren.

Als ik afscheid wil nemen van de organisatie zie ik Frans voorbij lopen. Ik trek hem aan zijn jasje en bedank hem voor de mooie samenvatting die hij gaf over mijn insteek aan het einde van mijn workshop. Ik hou van humor en positiviteit, zei hij. Dat delen we dus. Als ik hem vraag naar zijn behandeltraject zegt hij uitbehandeld te zijn, allang hoor. “Ik ga nu voor kwaliteit van leven”, zegt hij.  Ik wil weer janken maar Frans blijft kletsen over hoe geweldig hij de dag vond en dat hij nog fijn met zijn vrouw naar Rome gaat. Ik ben niet van het knuffelen maar ik geef Frans een stevige omhelzing en wens hem, in de tijd die hem nog is gegeven het állerbeste. “Ik vind dat jonge mensen jouw boek moeten lezen. Mensen mogen best weten wat je doormaakt als je kanker krijgt. Daar hoeft niemand zich voor af te sluiten, hoe confronterend ook. Een op drie krijgt met kanker te maken, zelf of in zijn omgeving. Dat mensen er voor mij zijn vind ik het mooiste geschenk en een goeie kop koffie, dat ook”, zegt hij. Hij zwaait nog een keer en geeft mij een vette knipoog. Ik schaam mij voor mijn verhaal over positiviteit. Ik heb makkelijk lullen met mijn prognose. Dus wie is hier nu de positivo?!

Afbeeldingsresultaat voor life's too short so eat the cake

Heel veel liefs,

Chantal

 

 

Volgende
Vorige