Struisvogel politiek

Het is weer zover! Oktober = borstkankermaand. De campagne van Pink Ribbon spreekt van één op de zeven vrouwen die borstkanker krijgt. In 2014 was dit nog een op de acht. Een op de zeven dat is wel heel heftig. Pink Ribbon speelt hier dan ook feilloos op in door  de lezer met de neus op de feiten te drukken. Ze illustreren dat door te vragen voor wie jij geld wil geven. Voor je zus? Je buurvrouw? Je dochter? Een collega? Een vriendin? Je moeder? Of doneer je voor jezelf? Snap jij het?

Ik vind het wel stoer dat zij kiezen voor deze aanpak. Veel mensen steken  hun kop in het zand. Ik deed dit namelijk ook voordat ik de diagnose kreeg. Alles wat riekte naar nare ziektes meed ik. Ik wilde er niets van horen. Tralalala, vingers in de oren en dan is het er gewoon niet. Wel dus! Het is er en gaat niet weg ook als we ons ervoor afsluiten. Het gaat jouw deur echt niet voorbij als je er geen aandacht aan besteedt. Kanker discrimineert niet.  Dat snap je.

Ik snap heus dat je wel wat anders aan je hoofd hebt en je humeur stijgt niet van deze miserabele verhalen. Dat merkte toen ik vorige week een, al zeg ik het zelf, grappig stukje schreef over mijn borsten. Ik sloot het stuk af dat men vooral die buste regelmatig moet checken. Nu zorgt de redactie van LINDA voor de eindredactie en zij kiezen ook de kop boven mijn schrijfsels. Hier stond dan ook boven, ‘CHECK JE BORSTEN, MISSCHIEN RED JE JE EIGEN LEVEN. IK KAN HET WETEN’. Minder mensen hebben dit stukje gelezen omdat ze werden afgeschrikt door de kop en dat snap ik.

Er is al zoveel trammelant in de wereld  dan heb je geen zin om de ellende van een ander te lezen. Daar baal ik van want het was totaal geen dramatisch stukje. We zijn waarschijnlijk murw geslagen door andere verhalen. Verzin eens wat nieuws. Ik snap dat.

Dan is er ook nog de kritiek die organisaties als Pink Ribbon over zich heen krijgen. Waar blijft al dat geld? Waarom moet er glamour in, kanker is niet hip noch happening. Je zamelt toch echt meer geld in met een spetterend optreden van een groot artiest. Ook zal een diner met haute cuisine meer pecunia opleveren dan een kale kop van een kankerpatient. Zo werkt dat nu eenmaal. Dat snappen ze in de Verenigde Staten als geen ander. Zij wel. Wij willen hier geen soesa en poeha maar wel die keiharde munten binnenhalen. Ik snap niet hoe dat kan.

Deze week kreeg ik een brief binnen van de Daniel de Hoed kliniek. Ik heb meegedaan aan een train (experimentele behandeling in 2014) bestaande uit een mix van chemo en immunotherapie. Toen ik daarmee startte (maart 2014) was ik vrouw nummer twintig in Nederland; in de brief stond dat er nu al 439 vrouwen zijn behandeld met deze methode. Van al die vrouwen is bij tweederde de tumor en eventuele uitzaaiingen totaal verdwenen. Helemaal. Weg. Foetsie. Daarvoor, lieve mensen is geld nodig. Deze uitkomst is bizar goed. Dankzij dit onderzoek leef ik nog. Snap je?

Nu ga ik jullie niet oproepen om geld te doneren. Ik kan niet in jullie portemonnee kijken. Maar sta even stil bij deze en andere levensbedreigende ziektes. Ken je iemand die ziek is? Een collega, een nicht, neef of buur? Stuur een kaart, breng een bloemetje, bak een taart of wat dan ook. Maar doe iets! Die persoon voelt zich, al was het maar voor even, een stuk beter en jij ook. En als je daar niets voor voelt of simpelweg de tijd niet hebt kun je natuurlijk altijd doneren. Steek je kop niet in het zand hoe heftig de berichtgevingen ook. Er is namelijk altijd hoop en jij maakt daar onderdeel van uit.

 

Deze selfie heb ik genomen toen ik net wist dat ik borstkanker had.

Heel veel liefs,

Chantal

 

Volgende
Vorige