Zo’n mens

Direct na de aanslag in Barcelona dook dit gedicht (zie onderaan deze tekst) van Toon Hermans op in mijn facebook tijdlijn. Ik las het en dacht; zo’n mens wil ik zijn. Ik wil er zijn, er toe doen, een verschil maken hoe groot of klein ook en bovenal wil ik iets bijdragen aan de mensheid want we hebben het broodnodig.

Ik weet niet of het komt door mijn leeftijd of door de tijd maar ik hoor veel mensen in mijn omgeving klagen. “Het is niet meer wat het was was”. Nee, huh huh, alles verandert dus niets blijft hetzelfde maar om nou te zeggen dat het dan slechter is? Ik ervaar het niet zo. Ik weiger namelijk zo’n mens te zijn. Een mens die langs de zijlijn zit en alleen maar moppert over de jeugd van tegenwoordig. Dat mens die weigert om ook maar een stap in de richting van die jongeren te zetten om te kijken van je van elkaar kunt leren. Ik lunch vaak op mijn werk met twee jongeren. Ik vind ze leuk en leer veel van ze en zie dat ze anders in het leven staan dan ik destijds. Wat een vooruitgang. Daar hebben wij aan meegewerkt hè, mensen uit de jaren zestig en zeventig. Je bijdrage heb je dus al geleverd. Zo’n mens ben jij.

Gisteren zei iemand, “ De wereld is niet eerlijk en je zult er maar aan moeten wennen”. Ik wil daar hélemaal niet aan wennen. Ik wil zo’n mens zijn dat vecht voor alles wat krom is zonder te verzuren. Ik wil geloven dat eerlijk niet lang duurt maar het langst. Ik wil dat mens zijn dat de barricades op gaat, keer op keer omdat de strijd het verdient. Ja, dat mens wil ik zijn.

Ik wil dat mens zijn die een wildvreemde omhelst omdat ik dat durf. Ik haalde vorige week mijn dochter van Schiphol en terwijl ik stond te wachten op haar komst dacht ik heus wel even, “het zou zomaar kunnen gebeuren hier, een bomaanslag”. Die angst liet ik snel los anders zou een mens toch knettergek worden. Als mijn dochter door de schuifdeuren naar buiten komt wordt mijn glimlach groter en groter. Terwijl ik naar haar toe loop komt er een man op mij die, naar ik hoop aangestoken door mijn opklarend gezicht, zijn armen spreidt. Ik aarzel een klein moment (lees, ik check wel even wat voor vlees ik in de kuip heb) maar dan geef ik de man een knuffel. Dochterlief vraagt of ik gek ben geworden. “Nee joh”, zeg ik, “ik heb eerst echt wel even gecheckt of hij geen bomgordel droeg”. Grapje, natuurlijk maar feit is dat ik écht niet een bang mens wil zijn. Ik wil een positief mens zijn die de wereld met open armen betreed. Dat is wie ik wil zijn.

Ik wil geen mens zijn die te lang blijft vasthouden aan het oude. Ik wil vooruit. Ik wil de zon aansteken en dansen als de band allang naar huis is (als het maar wel voor tien uur in de avond is:-)). Ik wil verwonderen maar ook anderen de ruimte geven. Ik wil dat mens zijn die s’avonds in de spiegel kijkt en denkt, ik heb het naar eer en geweten gedaan. Zo’n mens die het goede boven het kwade kiest en gelooft in de kracht van samen. Ja, zo’n mens wil ik zijn. En jij?

Heel veel liefs,

Chantal

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken,voordat de wereld verregend.

Mensen die zomervliegers oplaten als het ijzig wintert,en die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken.

Die mensen moeten er zijn.

Er moeten mensen zijn die aan de uitgang van het kerkhof ijsjes verkopen,en op de puinhopen mondharmonica spelen.

Er moeten mensen zijn, die op hun stoelen gaan staan, om sterren op te hangen in de mist.

Die lente maken van gevallen bladeren,en van gevallen schaduw,licht.

Er moeten mensen zijn, die ons verwarmen en die in een wolkenloze hemel toch in de wolken zijn.

Zo hoog ze springen touwtje langs de regenboog als iemand heeft gezegd:kom maar in mijn armen

Bij dat soort mensen wil ik horen…

Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

Er moeten mensen zijn die op het grijze asfalt in grote witte letters LIEFDE verven

Mensen die namen kerven in een boom vol rijpe vruchten omdat er zoveel anderen zijn die voor de vlinders vluchten en stenen gooien naar het eerste lenteblauw omdat ze bang zijn voor de bloemen en bang zijn voor:“ik hou van jou”

Ja, er moeten mensen zijn met tranen als zilveren kralen die stralen in het donker en de morgen groeten als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten

Weet je, er moeten mensen zijn, die bellen blazen en weten van geen tijd die zich kinderlijk verbazen over iets wat barst van mooiigheid.

Ze roepen van de daken dat er liefde is en wonder als al die anderen schreeuwen:

“alles heeft geen zin” dan blijven zij roepen:“neen, de wereld gaat niet onder”

en zij zien in ieder einde weer een nieuw begin. Zij zijn een beetje clown,eerst het hart en dan het verstand en ze schrijven met hun paraplu “i love you” in het zand omdat ze zo gigantisch in het leven opgaan en vallen en vallen en vallen en OPSTAAN

Bij dát soort mensen wil ik horen die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

de muziek gaat DOOR

de muziek gaat DOOR

en DOOR…

Geschreven door Toon Hermans

Volgende
Vorige